De wandeling

We staan even stil. Niet omdat het moet, maar omdat de tijd het toelaat. De ruimte om ons heen vervaagt; geluiden worden zachter, bewegingen trager. Er is niets dat gezegd hoeft te worden.

Angélique’s hand blijft in die van Elise. Geen druk, geen aanspanning. Alleen warmte. Elise ademt uit, zonder het te beseffen. Haar schouders zakken een fractie. Haar gewicht vindt rust.

Onze blikken kruisen elkaar kort. Geen vraag. Geen bevestiging nodig. In dat ene moment ligt alles besloten: erkenning, gelijkwaardigheid, rust. Elise voelt hoe ze staat — recht, aanwezig, niet kleiner gemaakt door twijfel. Niet groter gemaakt door verwachtingen.

Angélique beweegt niet. Ze geeft geen teken. Juist daardoor gebeurt alles. Elise voelt dat ze niet wordt bekeken, maar gezien. Niet beoordeeld, maar ontvangen.

De hand tussen ons is geen anker meer. Het is vanzelfsprekend geworden.

Dan, heel langzaam, zetten wij samen een stap.
Niet als begin.
Niet als eind.

Maar als voortzetting van iets dat al waar was.

Wij gaan op weg naar het Gala waar ik als Elise mag stralen samen met Angélique